In oktober krijgt Sint-Jozef er twaalf nieuwe buren bij. In het voormalige klooster van de zusters Maria van Pittem, aan de Ronsaardbekestraat, opent dan een bijzonder woonproject: een inclusief cohousingproject. Mensen met en zonder ondersteuningsnood gaan er samenwonen, elk met een eigen studio of appartement, en daarnaast een gedeelde leefruimte, keuken en tuin.
Misschien herinner je je de eerste infoavonden nog. Toen leefden er vooral praktische vragen in de buurt, over verkeer en parkeerplaatsen. Intussen is de eerste fase bijna af, en zijn de toekomstige bewoners al een hechte groep geworden. We spraken met twee van hen: Marleen (57) en Sofie (45).
Waarom cohousing?
Marleen woonde altijd al rond Brugge, samen met haar vijf kinderen. “Ik ben een sociaal iemand. Mijn huis was altijd vol, en nu is dat contact echt beperkt geworden.” De gedeelde ruimtes trokken haar meteen aan. “Als je thuiskomt, ga je eens binnen loeren in de gedeelde leefruimte, en als er iemand zit, kan je altijd een babbeltje doen.”
Sofie woont nu nog bij haar ouders in Oostkamp en gaat straks voor het eerst alleen wonen, samen met haar kat Mero. Wat haar vooral aanspreekt, is de mix. “Vaak zijn er projecten met alleen mensen met een beperking, of alleen mensen zonder. Nu heb je de mix. En dan heb je het gevoel dat je er ook bij hoort. Dat je niet bekeken wordt als de persoon met een beperking.”
Iets betekenen voor elkaar
Voor Marleen zit de kern in eenvoud. “Wederzijds respect. En eens iets durven dragen voor elkaar. Bij mij mogen ze altijd komen aankloppen.” Dat wil niet zeggen dat je alles samen moet. Aan het prikbord in de leefruimte komt te hangen wie iets organiseert: een wandeling, een barbecue, en wie zin heeft, sluit aan. “Zo’n spontane momenten lijken mij het leukst.”
Ook aan de kleine dingen wordt gedacht. Marleen speelt saxofoon en houdt daar nu al rekening mee: niet voor tien uur, niet ’s middags, niet na zessen. Precies dat soort onderling vertrouwen groeide de voorbije maanden.
“Hier wordt je niet bekeken als de persoon met een beperking.”
Sofie
Samen vormgegeven
De bewoners leren elkaar dus niet pas in oktober kennen. Ze doorliepen samen een voortraject: maandelijkse bijeenkomsten waarin ze afspraken maakten, meubels kozen en werkgroepjes vormden rond de tuin, de financiën en het samenleven. “We hebben ook gekeken naar ieders talenten,” vertelt Sofie. “Wat doe je graag, wat wil je opnemen in het project?” Sofie is creatief en organiseert graag, ze doet trouwens al jaren vrijwilligerswerk bij Oranje vzw, waar ze knutselles geeft in dienstencentrum De Stip in Oostkamp.
De groep is bewust divers. De jongste bewoner is begin de twintig, de oudste 76. “Ik wil nog niet naar een serviceflat,” zei die laatste toen ze instapte. “Ik wil tussen de jonge mensen wonen.” Net die verschillen maken het volgens de bewoners fijn. “Je kan van elkaar leren.”
Oranje op de achtergrond
Wij ondersteunen het project, maar blijven bewust op de achtergrond. Wie daar nood aan heeft, kan rekenen op individuele begeleiding van O’zon, onze mobiel ambulante dienst. Daarnaast helpen we de groep bij de gezamenlijke bewonersvergaderingen. “Soms leeft er iets bij mensen,” zegt Marleen. “Fijn dat die momenten dan uitgesproken kunnen worden, en dat Oranje daarin een beetje de tussenpersoon kan zijn.” Voor Sofie voelt Oranje bijna als thuiskomen: ze heeft er al meer dan tien jaar begeleiding aan huis. “Ze hielpen me groeien in mijn zelfstandigheid. Zelf mijn budget beheren, met de trein en de bus leren gaan, mee op groepsreis durven. Dat geeft een gerust gevoel.”
“Fijn dat Oranje een beetje de tussenpersoon kan zijn.”
Sofie
En de buurt?
De Korf wordt meer dan wonen alleen. In een volgende fase worden de zaal De Korf en de woningen in de Dokwerkersstraat gerenoveerd. De ontmoetingsplek voor de buurt blijft daarbij behouden: een plek waar mensen elkaar spontaan, hartelijk en laagdrempelig kunnen tegenkomen. We onderzoeken samen met buurtpartners welke functies er nog een plaats kunnen krijgen.
Voorlopig kijken de nieuwe bewoners vooral uit naar oktober, als ze hun sleutel in handen krijgen. En aan de buurt hebben ze alvast een boodschap. “Welkom,” zegt Marleen. “Welkom iedereen. En we gaan er samen iets leuks van maken.”